Geïnspireerd door de geschiedenis van de schommelstoel, herinterpreteert de Jumbo-stoel de architectuur en constructielogica ervan om een frisse, gedurfde visie te bieden.

Voortbouwend op het baanbrekende werk van Mart Stam, Ludwig Mies van der Rohe en Marcel Breuer, geeft de stoel een nieuwe invulling aan het ontwerp en de productieprocessen van de schommelstoel. De metalen buis die de structuur van de stoel bepaalt, is niet langer de dunne, gebogen buis die kenmerkend is voor deze meubels; het is nu een grote, gedurfde buis die bestaat uit vier zorgvuldig gelaste delen. Het onderstel en de armleuningen zijn twee identieke, grafische en geometrische onderdelen die de indruk wekken dat het meubel in spiegelbeeld is weergegeven. Deze twee bogen zijn met elkaar verbonden door buizen, waardoor een complete structuur ontstaat die de zitting ondersteunt.

De zitting is zo ontworpen dat het lijkt alsof deze op magische wijze in de structuur zweeft. Deze wordt op een bijna onzichtbare manier van onderaf ondersteund. De rugleuning is niet aan de structuur bevestigd; deze rust nauwelijks op de gebogen rugleuning. De lichte ronding van de rugleuning is bedoeld om de ronding van de buis aan de achterzijde aan te vullen, maar dient ook voor het comfort.

De stoel heeft twee verschillende persoonlijkheden, omdat men kan kiezen uit twee ontwerpen voor afneembare hoezen. De ene heeft zeven grote ribben en ziet er iets historischer uit, terwijl de andere alleen op het kruispunt van de rugleuning en de zitting is gestikt, waardoor het lijkt alsof twee afzonderlijke kussens zijn gecombineerd.

De Jumbo Chair is een oefening in evenwicht en een kleine wereld op zich, waarin zachtheid en warmte samengaan met structurele stevigheid en grafische kracht.